web_Moerel_eaBoekbespreking. Op 10 juni 2016 vond de jaarlijkse vergadering van de Neder­landse Juristen-Vereniging plaats, met dit maal als thema: de ‘Homo Digitalis’. Voorafgaand aan de jaarvergadering verscheen een reeks preadviezen over dit onderwerp, die in dit boek zijn gebundeld. Voor de homines digitales onder ons: geheel in stijl is de bundel dit jaar voor het eerst ook digitaal beschikbaar via de site van de NJV. De schrijvers van de vier lijvige preadviezen behandelen uiteenlopende vraagstukken op het gebied van het bestuursrecht, privaatrecht en strafrecht die gepaard gaan met de voortschrijdende digitalisering van maatschappij en dagelijks leven.

Moerel en Prins (‘Privacy voor de homo digitalis’) signaleren dat het huidige, op de gedachten van doelbinding (gegevens mogen alleen voor welbepaalde doeleinden worden vergaard en verwerkt) en informed consent gestoelde model van persoonsgegevensbescherming in toe­nemende mate onder druk staat. Zij verwachten dat ex ante regulering plaats zal maken voor bestraffing van misbruik ex post, zoals reeds het geval is bij de regelgeving inzake oneerlijke handelspraktijken. De preadviseurs pleiten ervoor om in de tussentijd doelbinding als sepa­raat criterium los te laten en een gerechtvaardigdbelangtoets centraal te stellen bij de beoordeling van de rechtmatigheid van gegevensvergaring en -verwerking. Dat zou moeten leiden tot een reguleringssysteem dat in de praktijk beter in staat is om grenzen te stellen.

Hildebrandt (‘Data-gestuurde intelligentie in het strafrecht’) onderzoekt de implicaties van ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie voor het strafrecht, maar veel van haar inzichten hebben een bredere relevantie. Zij spitst zich toe op zogenaamde agents, kunstmatig intelligente systemen die leren van feedback uit hun omgeving en in meer of mindere mate autonoom kunnen ingrijpen in de werkelijkheid. Hildebrandt waarschuwt voor de gevolgen voor de rechtsbescherming. Wil het recht haar waarborgfunctie blijven waarmaken in een digi­tale wereld, dan kan niet meer uitsluitend op geschreven regels worden vertrouwd. Volgens Hildebrandt is het noodzakelijk dat juridische bescherming in de techniek zelf wordt verankerd: ‘juridische bescherming by design’. Waar bijvoorbeeld een digitaal opsporingsmiddel niet zonder rechterlijke machtiging mag worden ingezet, moet het gebruik van die software zonder machtiging technisch on­mogelijk zijn.

Volgens Tjong Tjin Tai (‘Privaatrecht voor de homo digi­talis: eigendom, gebruik en handhaving’) is individuele controle over data mogelijk en wenselijk. Hij ziet daarbij een belangrijke rol weggelegd voor het privaatrecht. Dat vereist echter een ander perspectief op digitale feno­menen. Tjong Tjin Tai betoogt dat een benadering van ‘digitale activa’ naar analogie van het eigendomsrecht uitkomst kan bieden en bespreekt een reeks mogelijke knelpunten die daarmee gepaard gaan.

Zwenne en Schmidt (‘Wordt de homo digitalis bestuursrechtelijk beschermd?’) tot slot inventariseren de risico’s van een digitaliserende overheid voor de verhouding tussen burger en bestuur. Die risico’s zijn volgens hen grofweg in drie categorieën te verdelen: bereikbaarheid van de digitale overheid, de veiligheid van de informatie die de overheid onder haar hoede heeft en de wijzen waarop de overheid van die informatie gebruikmaakt. Waar ze zich verwezenlijken, dreigt onevenwichtigheid van de informatieposities van burger en bestuur. Dat, zo benadrukken de preadviseurs, heeft gevolgen voor de mogelijkheden die de burger heeft om zijn rechtspositie te verwezenlijken. Zwenne en Schmidt vestigen hun hoop vooral op de rechter: hij moet de homo digitalis beschermen tegen een ‘inequality of digital arms’.

De vier preadviezen behandelen elk belangwekkende vraagstukken, waarvan de relevantie mettertijd alleen maar zal toenemen. Gelet daarop is kennis­name ook voor de niet IT-rechte­lijk georiënteerde lezer de moeite waard. (PW)

E.M.L. Moerel, J.E.J. Prins, M. Hildebrandt, T.F.E. Tjong Tjin Tai, G.-J. Zwenne & A.H.J. Schmidt
Homo Digitalis
Handelingen Nederlandse Juristen-Vereniging 2016-1, Deventer: Wolters Kluwer 2016, 388 p., € 45