web_Boom_VanBoekbespreking. Bij een eerste lezing van de artikelen 6:6 e.v. BW zal een rechten­student even achter zijn oren krabben, maar (nog) niet van zijn stoel vallen. Anders wordt dat wanneer Hoofdelijke verbintenissen van Van Boom is doorgeploegd. In een bewerking van zijn dissertatie (Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1999) maakt Van Boom duidelijk dat achter de figuur van hoofdelijkheid een wereld van complexiteit schuilgaat.

Van Boom beschrijft het boek zelf als ‘doctrinaire verhandeling over de algemene aspecten van het geldende recht inzake hoofde­lijke verbintenissen’. Die beschrijving dekt de lading van het boek goed, waarin hoofde­lijke verbintenissen worden gedefi­nieerd als ‘de rechtsfiguur waarbij twee of meer personen tot dezelfde prestatie gehouden zijn in die zin dat zij elk voor de gehele prestatie aangesproken kunnen worden en dat het na­komen van de verbintenis door de ene debiteur mede bevrij­dend is voor de andere debiteur(en)’.

Allereerst bespreekt Van Boom de historische herkomst van hoofdelijkheid en stelt vast dat de regeling in het BW is geënt op de Duitse regeling van de Gesamtschuld. Dat vormt het vertrekpunt voor het volgende hoofdstuk, dat ziet op de wezenskenmerken van hoofde­lijkheid in het Nederlandse BW (3). Hierna zijn twee hoofdstukken gewijd aan de rechts­verhoudingen tussen de crediteur en een van de debiteuren (‘externe rechtsverhouding’; 4), en tussen de debiteuren onderling (‘interne rechtsverhouding’; 5). Deze hoofdstukken geven aanleiding in te gaan op de verwevenheid tussen de externe en interne rechtsverhoudingen (6). Immers kan een verandering in een van de hoofdelijke verbintenissen de nodige gevolgen hebben voor de andere hoofdelijke verbintenissen of voor de interne verhouding van de debiteuren. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan de procesrechtelijke aspecten van hoofdelijkheid (7).

Van Boom heeft een veelomvattend handboek geschreven, dat de nodige concentratie van de lezer vergt. De veel­omvattendheid maakt het echter wel een rijke bron aan infor­matie wat betreft hoofdelijke verbintenissen, waardoor de geüpdatete versie van Van Booms proefschrift alleen maar te verwelkomen valt. (FvdP)

W.H. van Boom
Hoofdelijke verbintenissen
Den Haag: Boom juridisch 2016, 294 p., € 45