web_borghoutsBoekbespreking. In 2015 is de Participatiewet van kracht geworden, met als doel het activeren van de arbeidsmarkt. Loondispensatie en loonkostensubsidie zijn beide instrumenten die kunnen worden ingezet om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Deze twee instrumenten worden in dit boek besproken vanuit een theo­retisch en empirisch perspectief.

Loondispensatie houdt in dat de werkgever niet het volledige loon aan de arbeidsgehandicapte betaalt, maar alleen voor dat deel dat deze persoon productief is of kan zijn. De overheid vult het loon dan aan met een uitkering. Bij loonkostensubsidie betaalt de werkgever het functieloon (minimumloon of loon conform cao) aan de arbeidsgehandicapte en de werkgever wordt gecompenseerd voor de verminderde productiviteit door een loonkostensubsidie vanuit de gemeente. De persoon met de arbeidsbeperking heeft dus één inkomstenbron in deze situatie. Het doel van beide instrumenten is het vormen van een prikkel voor werkgevers om mensen aan te nemen met een beperking die dus niet volledig productief zijn.

Het boek zet in het eerste deel uiteen welk onderzoek reeds is gedaan naar de verhouding tussen enerzijds de verwachtingen over de werking van deze instrumenten, en anderzijds hoe ze daadwerkelijk werken. Dit wordt besproken vanuit het perspectief van de werk­gever. Het tweede hoofdstuk bespreekt de instrumenten loondispensatie en loonsubsidie, welke varianten hiervan bestaan en hoe deze in de Partici­patiewet toegepast worden. Ook benoemen de auteurs de verwachtingen en doelen van de wetgever ten opzichte van loondispensatie en loonsubsidie. Tot slot worden de empirische effecten van deze instrumenten besproken en vergeleken met de theoretische verwachtingen. De auteurs komen tot de conclusie dat het effect van beide instrumenten gering is en dat het gewenste doel niet wordt behaald. Het klassieke economische paradigma dat loonkostensubsidie of loondispensatie een prijsprikkel is waardoor arbeid goedkoper wordt en als gevolg daarvan meer werkgevers een baan aanbieden aan mensen die niet volledig productief zijn, zou in de praktijk onvoldoende werken. Meer factoren spelen bij werkgevers een rol als het gaat om het wel of niet aannemen en in dienst houden van personen met een arbeidsbeperking. Eén van deze factoren is of de werkgever winstverlies zal lijden door de kosten die gemaakt moeten worden om de arbeidsgehandi­capte te ondersteunen in zijn werkzaamheden.

Een interessant, praktisch boek, dat de waarde van empirisch onderzoek in wetgeving fraai illustreert. (CdK)

Irmgard Borghouts e.a.
Het werkt niet vanzelf. Over loonprikkels als instrumenten in de Participatiewet
Tilburg: Celsus juridische uitgeverij 2015, 60 p., € 17,50