web_engelBoekbespreking. Wie een verzekering afsluit, moet spontaan open kaart spelen over dingen die voor de verzekering relevant zijn. Artikel 7:928 BW regelt dat een verzekeringnemer eigener beweging kond moet doen van een ziektegeschiedenis, eerdere schadegevallen of – om wat te noemen – pyromanische neigingen. Verzuimt hij dit, dan hoeft de verzekeraar minder of zelfs niets uit te keren als een verzekerd feit zich voordoet.

Nu is met deze precontrac­tuele mededelingsplicht op zichzelf weinig mis. Vanzelfsprekend moet degene die een auto­verzekering wil afsluiten, melding maken van die keer dat hij zijn Polo iets te voortvarend de blijkbaar toch onneembare bussluis op stuurde. Niettemin roept de mededelingsplicht vragen op. Uit de rechtsvergelijkende beschouwingen van Engel blijkt dat de Nederlandse mededelingsplicht op sommige punten aanzienlijk verder gaat dan zijn equivalenten in Duitsland, Frankrijk, Engeland, Zwitserland, België en onder de Principles of European Insurance Contract Law. Zo mag de verzekeraar ingevolge artikel 7:928 lid 5 BW vragen naar het strafrechte­lijk verleden tot acht jaar terug, maar kent de wet geen regels met betrekking tot de ernst van de strafbare feiten. Wie geringe (maar voor de verzekering relevante) feiten heeft gepleegd, moet hierdoor al snel onverzekerd door het leven. Ook de sanctie op schending van de mededelingsplicht – geen uitkering – gaat in sommige gevallen wat ver en is dan vooral een handige stok om mee te slaan voor de verzekeraar die ‘wij keren nooit uit’ tot bedrijfsmotto heeft verheven.

Het kloeke proefschrift van Engel beziet elk element van de mededelingsplicht op schier uitputtelijke wijze, telkens onder verwijzing naar de zo-even al genoemde zes (!) vreemde rechtsstelsels. Het boek slaagt erin de onduidelijkheden in de wettelijke regeling op te klaren. Ook stelt het die regeling op wezenlijke punten ter discussie, vooral waar zij afwijkt van de andere rechtsstelsels. Toch lijkt de Gründlichkeit van deze dissertatie niet alleen haar kracht, maar tegelijk haar zwakte. De vele rechtsvergelijking, de overvloedige citaten en het soms uitbundige notenapparaat kunnen mijns inziens niet verhelen dat de aan de wetgever gerichte aanbevelingen een wat sterkere normatieve verankering behoeven en tevens enkele losse eindjes kennen. Wie dit door de vingers wil zien, vindt in Engels proefschrift een gedegen naslagwerk en stevig voer voor een debat over de precontrac­tuele mededelingsplicht. (KvV)

K. Engel
De precontractuele mededelingsplicht van de verzekeringnemer in rechtsvergelijkend perspectief
Diss. Heerlen, ACIS-serie, deel 14, Zutphen: Paris 2016, 569 p., € 89