SchuijlingBoekbespreking. Recentelijk promoveerde Ben Schuijling op het onderwerp ‘levering en verpanding van toekomstige goederen’. Over het onderwerp, en vooral over de verpanding van toekomstige vorderingen, is reeds veel literatuur en rechtspraak verschenen. Een systematische studie ontbrak evenwel tot op heden. De dissertatie van Schuijling vult deze leemte. Waar dienstig aan de bestudering van het onderwerp wordt hiernaast gebruik gemaakt van gegevens die zijn verkregen uit een rechtsvergelijking met het oud burgerlijk recht, andere rechtsstelsels en internationale overeenkomsten en richtlijnen.
Schuijling gaat in zijn proefschrift in op de vele vragen en bijzonderheden die spelen bij de levering en verpanding van toekomstige goederen en bedient zich daarbij van veel praktijkvoorbeelden. Na een schets van de ontwikkeling van de levering en verpanding van toekomstige goederen in historisch-vergelijkend perspectief zet Schuijling het begrip ‘toekomstig goed’ uiteen, waarbij hij uitgebreid ingaat op het verkrijgings- en ontstaansmoment van goederen. Hierna volgt een uiteenzetting van het rechtskarakter en de rechtsgevolgen van de levering en verpanding bij voorbaat. Schuijling bespreekt niet alleen de levering en verpanding van toekomstige roerende zaken en vorderingen, maar ook die van aandelen, girale effecten en enkele rechten van intellectuele eigendom. Schuijling besluit met een aantal gevallen van samenloop.
Het boek beschrijft op heldere wijze de levering en verpanding van toekomstige goederen en mag met recht een juridisch handboek genoemd worden. Schuijlings proefschrift beslaat een groot deel van het privaatrecht en is met name interessant voor de goederen- en insolventierechtelijk geïnteresseerde lezer.

B.A. Schuijling
Levering en verpanding van toekomstige goederen
Diss. Nijmegen, Serie Onderneming & Recht, deel 90, Deventer: Wolters Kluwer 2016, 524 p., € 85,50