Boek_Peterkova_MitkidisBoekbespreking. Corporate social responsibility en een duurzaamheidsfocus worden steeds zichtbaarder in het juridische vakgebied. In het licht van deze ontwikkeling poogt Peteřková een leemte in de juridische literatuur te vullen, namelijk het gebruik van ‘duurzaamheidsbepalingen’ in internationale contracten. Het doel van haar boek is zowel de potentie als de beperkingen van het gebruik van contracten om wereldwijde duurzaamheid te bereiken in kaart te brengen. Hoewel het doel erg breed is, lijkt dit op het eerste oog smakelijke kost op te leveren voor een interessant en pragmatisch boek. Empirisch onderzoek dat de auteur heeft gedaan naar de bepalingen draagt bij aan deze assumptie. In de afbakening van het onderzoek plaatst Peteřková echter enkele belangrijke kanttekeningen, die het praktisch nut van het boek sterk beperken. Zo focust het boek slechts op contracten die de verkoop van goederen regelen, en wordt de economische impact die duurzaamheidsbepalingen op bedrijven kunnen hebben buiten beschouwing gelaten.

Met name deze laatste omissie is jammerlijk. Peteřková verdedigt haar keuze onder verwijzing naar de haalbaarheid van haar onderzoek. Toegegeven, bij het bespreken van een duurzame bedrijfsstrategie worden in literatuur vaak de bedrijfseconomische consequenties geomitteerd. In werkelijkheid is een onderneming echter altijd primair gefocust op het behalen van gezonde financiële resultaten. Die realiteit maakt het belangrijk voor literatuur om te focussen op de balans tussen enerzijds een duurzame strategie en anderzijds economisch resultaat. Deze omissie is des te saillanter, nu Peteřková het boek als inspiratie voor bedrijven ziet om hun productketenstrategie aan te passen.

Het gebrek aan een economische insteek uit zich in een hoofdzakelijk theoretisch boek, dat is ingedeeld in vijf hoofddelen. Het boek vangt aan met een zeer uitgebreide inleiding tot het onderwerp en de onderzoeksafbakening. Vervolgens behandelt het duurzaamheidsbepalingen in het algemeen, om daarna de regulering van die bepalingen onder de loep te nemen. Het vierde deel focust zich op regulering door duurzaamheidsbepalingen, waarna het vijfde deel een synopsis geeft en conclusies en aanbevelingen presenteert. De bijbehorende hoofdstukken zijn echter niet altijd even logisch over de delen verdeeld. Zo lijkt het hoofdstuk over de anatomie van duurzaamheidsbepalingen af en toe beter te scharen onder het algemene deel over de bepalingen dan bij de regulering daarvan. Een oorzaak hiervan zou kunnen liggen in de brede opzet van het onderzoek. Deze brede opzet uit zich tevens in het onvermogen van Peteřková om voor sommige delen helder de relevantie te schetsen, een oppervlakkige bespreking van sommige noemenswaardige onderwerpen en in de vijf verschillende conclusies die uiteindelijk worden getrokken.

De meest interessante van die conclusies is dat duurzaamheidsbepalingen de potentie hebben om een effectieve vorm van transnationale regulering te zijn, om zo wereldwijde duurzaamheid te bereiken. Dit komt voornamelijk doordat de bepalingen wellicht verbeteringen kunnen doorvoeren in de duurzaamheidsprestatie van leveranciers in ontwikkelingslanden. Die conclusie klinkt absoluut niet gek, zij het dat er verder onderzoek nodig zal zijn, in ieder geval voor de juridische rol hierin. Tot die aanbeveling komt Peteřková uiteindelijk ook. Zij wijst met betrekking tot die juridische rol naar de functie die het internationaal contractenrecht zou kunnen spelen bij de wereldwijde bescherming van sociale en milieubelangen. Zou het internationaal contractenrecht bijvoorbeeld moeten worden aangepast om die belangen te kunnen beschermen? Belangrijker nog vindt Peteřková onderzoek naar de mogelijkheid om duurzaamheidsbepalingen te laten ondersteunen door nationaal recht, via zogeheten meta-regulation. Kort gezegd stimuleert deze vorm van regulering zelfregulering door bedrijven. Daarnaast pleit ze voor een multidisciplinaire invalshoek voor toekomstig onderzoek.

Inderdaad roept het boek interessante vragen op die door andere juristen zouden kunnen worden opgepakt. Wellicht ligt daarin ook het nut van dit boek: het vormt een algemene fundering van duurzaamheidsbepalingen die leemten aanstipt. Desalniettemin loopt het nut van het boek in de realiteit uiteen met datgeen de auteur voor ogen had en dat is, gezien de potentie en hedendaagse relevantie van het onderwerp, spijtig. (FvdP)

K. Peteřková Mitkidis
Sustainability clauses in international business contracts
Den Haag: Eleven International Publishing 2015, xi + 344 p., € 90,00