Boek_RuvebanaBoekbespreking. Dit zeer interessante boek is er één in een reeks van de School of Human Rights Research Series, rond het thema (geschiedenis van) van internationale standaarden van mensenrechten. In deze reeks kon uiteraard een boek over genocide niet uitblijven. De auteur onderzoekt hoe de verplichting om genocide te voorkomen onder natio­naal recht wordt ingevuld en wie deze verplichting dragen. In het boek wordt een onderscheid gemaakt tussen territo­riale staten, niet-territoriale staten en de Verenigde Naties. De focus ligt vooral op internationaal gewoonterecht en internationaal publiekrecht, zoals het Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide.

Dat genocide een gruwelijke misdaad is staat buiten kijf, en dat er een verplichting bestaat om deze te voorkomen evenzeer. Rubevana onderzoekt wat deze verplichting precies inhoudt en onder welke voorwaarden een staat aansprakelijk kan worden gehouden. Omdat de auteur zich voornamelijk richt op het vroege stadium in de preventie, bijvoorbeeld maatregelen die genomen moeten worden om het risico op genocide weg te nemen of te verkleinen, biedt het boek een vernieuwende invalshoek voor een onderwerp waar al veel over geschreven is. De verplichting om genocide te voorkomen kan volgens Rubevana binnen bepaalde gebieden (criminologie en volksgezondheid bijvoorbeeld) in drie levels van preventie worden verdeeld. Het primaire level bestaat uit de periode vóór het bestaan van tekenen van schade. Het secundaire level behelst de periode waarin de eerste schade voorkomt. Tot slot is het tertiaire level de periode waarin de schade zich op grote schaal voordoet. Voor elk level bestaan er weer andere preventieve maatregelen die kunnen worden getroffen om te voorkomen dat de situatie verslechtert. De auteur sluit af met een aantal aanbevelingen om een effectievere preventie van genocide te kunnen realiseren. (CdK)

E. Rubevana
Prevention of genocide under international law
Cambridge/Mortsel: Intersentia 2014, 470 p., € 85