UdoBoekbespreking. Hoewel het wellicht niet voor de hand ligt dat een onderneming in de vorm van een stichting wordt gedreven, is zulks ook niet verboden. In dat kader heeft Udo onderzocht op welke wijzen de bestuurder van een dergelijke stichting aansprakelijk gesteld kan worden; de promotie vond plaats op 19 november 2014.

Het proefschrift van Udo bestaat uit achttien hoofdstukken; vijf daarvan omvatten zes pagina’s of minder, zodat de vraag op kan komen of een andere opzet niet logischer zou zijn geweest. Voor wie bereid is daaroverheen te stappen bevat Bestuursaansprakelijkheid bij de ondernemende stichting onder meer enige aardige observaties omtrent de stichting in historisch verband (hoofdstukken 1 en 2). Andere belangrijke aspecten van bestuurdersaansprakelijkheid, zoals aansprakelijkheid buiten faillissement en aansprakelijkheid ex artikel 2:138 BW, komen later aan de orde, respectievelijk in de hoofdstukken 11 en 17. Eveneens interessant – hoewel het onderwerp strikt genomen buiten het bestek van het onderzoek valt – is het onderzoek naar de positie van de Raad van Toezicht in hoofdstuk 18. (TiK)

F.W. Udo
Bestuursaansprakelijkheid bij de ondernemende stichting
Diss. Maastricht, Den Haag: BJu 2015, 310 p., € 59