Boekbespreking.

04-2015_boek_Psychiatrie_voor_JuristenIn het voorwoord van dit boek beweren de auteurs dat alle juristen in hun werk te maken krijgen met psychiatrische stoornissen. Niet alleen zou dit het geval zijn in het kader van onvrijwillige opnamen of tbs, maar ook in het civiele recht is het volgens hen van groot belang dat juristen kennis hebben van de psychiatrie. Een voorbeeld is een civielrechtelijk geschil aangaande wilsonbekwaamheid. Ik citeer: ‘Ook is dergelijke kennis nodig om een betrokkene op een adequate wijze te kunnen bejegenen zowel binnen als buiten de rechtszaal.’ Anders dan dit voorwoord suggereert, wordt op geen manier een vertaalslag gemaakt tussen de medische verschijnselen en de juridische praktijk. Het eerste hoofdstuk gaat over de diagnose en medisch-wetenschappelijke omschrijving van een ‘psychia­trische stoornis’. Het tweede hoofdstuk gaat over verschillende behandelmethoden. Dit onderdeel is eveneens geschreven vanuit het oogpunt van artsen. Zo wordt van allerlei soorten medicatie uitgebreid uiteengezet welke hormonale schommelingen deze veroorzaken bij patiënten. De auteurs leggen niet uit waarom het relevant is voor een jurist om te weten dat een bijwerking van antipsychotica is dat zij een hogere concentratie prolactine in het bloed zullen veroorzaken. Dit klemt des te meer omdat de werking van dit hormoon wel beschreven wordt, namelijk toename van borstvoeding, tepelvloed en eventueel uitblijven van de menstruatie.

Het boek vervolgt met het beschrijven van alle psychische stoornissen, vertaald en opgeschreven zoals ook in de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, een handboek voor psychiaters en psychologen). Ook hier is de juridische relevantie niet duidelijk, maar komen de meest uiteenlopende stoornissen, bijvoorbeeld anorexia, wel zeer uitgebreid aan bod.

De titel en het voorwoord dekken niet de inhoud van het boek. Wel is het boek logisch opgezet en op erg toegankelijke wijze geschreven. Geschikt voor een iemand zonder medische achtergrond, maar niet in het bijzonder voor juristen. De juridische lezer zal teleurgesteld worden bij het lezen van dit boek en dat is erg zonde. Psychiatrie voor Juristen lijkt mij op zichzelf een boek dat het waard is om geschreven te worden, alleen niet op deze manier. Beide auteurs zijn psychiater. Hummelen is, nadat hij vijftien jaar als psychiater heeft gewerkt, inmiddels wel bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie bij de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen, maar hij heeft in ieder geval geen juridische achtergrond, laat staan civielrechtelijk. Misschien dat een nieuwe poging met een auteur die het boek iets kan ‘juridiseren’ vruchtbaarder zou zijn. (CdK)

J.W. Hummelen & M.W. Hengeveld
Psychiatrie voor Juristen
Utrecht: De Tijdstroom 2014, 294 p., € 98