Boekbespreking.

04-2015_boek_Landmark_Cases_in_EquityNa Landmark Cases in the Law of Restitution (2006), Landmark Cases in the Law of Contract (2008) en Landmark Cases in the Law of Tort (2010) hebben Mitchell en Mitchell opnieuw een bundel samengesteld, ditmaal over Landmark Cases in Equity. In het boek worden tweeëntwintig landmark cases besproken, gewezen tussen begin 17e eeuw en eind 20e eeuw.

Wat wordt onder equity verstaan? Om die vraag te kunnen beantwoorden, is eerst van belang te bepalen wat onder common law wordt verstaan. De basis van de common lawwerd vanaf de 12e eeuw gevormd in de rechtspraak van drie koninklijke rechtbanken van eerste aanleg (common law courts). De oudste was de zogeheten Court of Common Pleas, die in 1178 door koning Hendrik II werd ingesteld om civielrechtelijke geschillen te beslechten. Doordat Hendrik II erin slaagde het gerechtssysteem te centraliseren werd het lokale gewoonterecht, dat was gebaseerd op het Romeinse recht, buitenspel gezet en ontwikkelde zich in Engeland een nieuw gewoonterecht, ook wel ‘gemene recht’ (common law).

Gedurende de 14e en 15e eeuw werd de common law steeds technischer, met name door de beperkingen van de strenge writ-procedure. Om toegang te krijgen tot een common law court moest de eiser zijn actie gieten in de processuele vorm die voor zijn geval was voorgeschreven. Men ging daarom opnieuw gebruik maken van de mogelijkheid om een geschil rechtstreeks aan de koning voor te leggen. In de 15e eeuw ontstond zo, naast de driecommon law courts, een nieuwe rechtbank, de Court of Chancery, die in naam van de koning uitspraak deed. Deze beslissingen werden niet gebaseerd op de common law, maar op equity (de rechtvaardigheid, de billijkheid). Waar decommon law leemten vertoonde, geen voldoening schonk, tot onbillijke resultaten leidde of simpelweg niet van toepassing was, werd equity gebruikt ter aanvulling, ondersteuning en soms ter correctie.

Deze verschillende benaderingen spelen een rol in de zaak van Lord Ashburton tegen zijn advocaat William Nocton, die begin 20e eeuw speelt en wordt besproken in deze bundel (p. 473-498). Nocton adviseert zijn cliënt Ashburton deel te nemen aan een vastgoedproject dat hij ontwikkelt aan de Church Street in Kensington. Ashburton leent £ 65,000 aan de kopers, Holloway en Douglas, en verkrijgt een recht van hypotheek op de kavels aan de Church Street. Zij beginnen de kavels te ontwikkelen, maar de aannemer Johnson gaat al snel failliet. Slechts twee kavels zijn op dat moment ontwikkeld.

Om een doorstart mogelijk te maken, is het volgens Nocton nodig dat Ashburton zijn recht van hypotheek met betrekking tot de twee ontwikkelde kavels beëindigt. Nocton overtuigt Ashburton daarvan, maar informeert hem niet over het feit dat de andere kavels op dat moment niet genoeg dekking bieden, noch over het feit dat hij zelf financieel belang bij deze beslissing heeft, omdat hij plots een eerste recht van hypotheek verkrijgt op de twee kavels die het meeste waard zijn. Enkele jaren daarna gaan Douglas en Holloway failliet.

Waarom is deze zaak van belang voor de verhouding tussen common law en equity? De vraag of Nocton aansprakelijk kon worden gehouden vanwege deze onjuiste voorstelling van zaken kon zowel op basis van common law als op basis van equity beslecht worden. Deze samenloop van acties leidde aanvankelijk tot verschillende resultaten, omdat bijcommon law courts moest worden bewezen dat sprake was van een opzettelijk onjuiste mededeling (vgl. art. 3:44 BW over bedrog), terwijl het op basis van equity voldoende was dat de gedaagde de verkeerde informatie ‘without reasonable grounds’ had medegedeeld.

In Derry v. Peek (1889) loste de House of Lords dit samenloopprobleem op door te kiezen voor de benadering van decommon law courts. De maatstaf in equity was op dit punt te streng, aldus Lord Herschell: ‘For if there be a right to have true statements only made, this will render liable to an action those who make untrue statements, however innocently. This cannot be meant.’

In Nocton v. Lord Ashburton (1914) zag de House of Lords toch aanleiding op deze regel een uitzondering te maken als er sprake was van een bijzondere vertrouwensrelatie, in dit geval tussen advocaat en cliënt. Wat waren de consequenties van deze uitspraak? Daarover, en over vele andere klassiekers, kunt u lezen in deze rijke bundel. Van de lezer wordt kennis van het Engelse recht verwacht, maar de beloning is groot: een inwijding in het fenomeen equityaan de hand van een twintigtal zeer sprekende zaken. (RdG)

C. Mitchell & P. Mitchell (red.)
Landmark Cases in Equity
Oxford: Hart 2014, 703 p., £ 45