Boekbespreking.
04-2015_boek_Intern_toezicht_bij_woningcorporaties

Naar aanleiding van verschillende incidenten in de woningcorporatiesector (denk bijvoorbeeld aan Laurentius en Vestia), probeert Els-Marie Peeters in haar boek de vraag te beantwoorden waarom het interne toezicht van deze woningcorporaties deze incidenten niet heeft kunnen voorkomen.

De auteur start met een duidelijke afbakening van het onderzoek en de onderzoeksvraag. Het uitgangspunt van haar onderzoek is naar eigen zeggen dat incidenten bij woningcorporaties gezien moeten worden als een ontsporing van macht. Aansluitend volgt in hoofdstuk twee een uitleg van de machtsverdeling binnen de rechtspersoon. Corporaties met een stichtingsvorm hebben in de praktijk vaak een stichtingsbestuur en een raad van toezicht. Bij verenigingen speelt de algemene ledenvergadering over het algemeen een grote rol. Peeters meent dat, hoewel de tegenmacht van het bestuur officieel bij twee organen ligt (namelijk de Raad van Toezicht en de ALV), feitelijk het zwaartepunt ligt bij de Raad van Toezicht. Extern toezicht door de overheid behoort slechts tot de mogelijkheden wanneer er een wettelijke norm wordt overtreden. De auteur signaleert als probleem dat de Raad van Toezicht zich dusdanig identificeert met de specifieke belangen van het bestuur of de sector, dat de kritische toezichthoudende rol naar de achtergrond verdwijnt. Dan vormt de Raad van Toezicht bijna een tweede bestuur. In het navolgende deel worden verschillende onderzoeken besproken die het intern toezicht bij woningcorporaties hebben onderzocht. Men lijkt het er in die onderzoeken over eens dat er gebrekkig intern toezicht bestaat, maar de adviezen komen meestal neer op een zelfoplossend vermogen binnen de organisatie en een omslag die moet plaatsvinden in de cultuur van de rechtspersoon. Peeters ziet liever dat er een stap gemaakt wordt naar machtenscheiding en machtsevenwicht.

Vervolgens wordt het ‘nut en de noodzaak van tegenmacht’ besproken. Hier worden de alom bekende visies besproken van Locke en Montesquieu. Er worden nogal wat open deuren ingetrapt en de bespreking lijkt te algemeen ten opzichte van het specifieke probleem dat wordt aangekaart. Tot slot wordt de oplossing aangedragen om de structuur van de woningcorporaties aan te passen en een verantwoordingsorgaan te introduceren. Dit orgaan dient te worden gevormd door in ieder geval de bewoners/huurders van de coöperatie. De Raad van Toezicht moet verantwoording afleggen aan dit orgaan. Een duidelijke, originele en ook wat ongemakkelijke oplossing voor een probleem waar op zich al veel over geschreven is. (CdK)

E. Peeters
Intern toezicht bij woningcorporaties: de vrijblijvendheid voorbij
Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2014, 68 p., € 40