Boekbespreking.

02-2015_boek_Onbegrensd_strafrechtDit liber amicorum is samengesteld ter ere van het emeritaat van Hans de Doelder, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit. Zoals gebruikelijk voor dit soort bundels, beslaan de bijdragen een breed spectrum van het strafrecht. Het eerste deel van de bundel, Strafrecht over de grens, bestaat uit bijdragen die met name het strafrecht van Curaçao en de rest van de Antillen bespreken. Een thema dat De Doelder ter harte zal gaan, aangezien hij leiding heeft gegeven aan de werkgroep die zich heeft toegelegd op de herziening van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering van Curaçao, Sint Maarten en Aruba. Andere thema’s die aangekaart worden zijn het voorarrest, tuchtrecht en handhaving van het strafrecht. Bijzonder veel aandacht gaat uit naar het Openbaar Ministerie, wat niet zal verrassen, gezien de achtergrond van De Doelder bij het Openbaar Ministerie en zijn vele wetenschappelijke publicaties op dit gebied. Maar liefst drie bijdragen gaan in op de positie van het OM binnen de Nederlandse strafrechtspleging. Met betrekking tot de positie van het OM heeft De Doelder in zijn oratie betoogd dat de officier van justitie een rechterlijke functionaris moet zijn, die een magistratelijke invulling moet geven aan de rechtshandhavende taak van het OM. Dat brengt mee dat een zeker distantie ten opzichte van bestuur en politiek geboden is. De auteurs van de bijdragen haken aan bij deze gedachte. Van de Bunt en Beckers schrijven over de wenselijkheid van ministeriële inmenging in beslissing van het OM. Zij concluderen dat de positie van het OM ten opzichte van de minister per situatie en per strafzaak moet worden beoordeeld. Zo is uiterste terughoudendheid van de minister vereist in die situaties waarin het de strafrechtelijke aanpak van de staat zelf betreft. Een grotere rol voor de minister zien zij evenwel in strafzaken betreffende politiek geweld of terrorisme, met name omdat zulke zaken doorgaans voor maatschappelijke ophef en onrust zorgen. De Lange heeft een praktischere benadering gekozen in zijn bijdrage en bespreekt de positie van het OM in het licht van de Wet OM-afdoening. Ten slotte gaat Rogier in op de vraag of het OM gezien moet worden als bestuursorgaan ofwel als ‘magistraat’. Hij concludeert dat het OM gezien moet worden als bestuursorgaan met een bijzondere status. Het is een bestuursorgaan als elk ander bestuursorgaan ‘bij het geven van beschikkingen op grond van (…) de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften’ (p. 358). Maar wat betreft de uitoefening van zijn kerntaken, de opsporing en vervolging van strafbare feiten, moet het OM gezien worden als een magistraat. De bundel sluit af met de restcategorie, ‘facetten van de strafrechtspleging’, waaronder bijdragen staan over onder meer het nationale politiekorps, de rechter-commissaris, en vormverzuimen. Naast deze kort besproken bijdragen bevat de bundel een groot aantal bijdragen die alle raken aan de omvangrijke wetenschappelijke carrière van De Doelder. Hij geeft daarmee een mooi overzicht van de talrijke onderwerpen waar De Doelder zich mee bezig heeft gehouden. (MS)

E. Bleichrodt e.a. (red.)
Onbegrensd strafrecht – liber amicorum Hans de Doelder
Oisterwijk: Wolf Legal Publishers 2013, 537 p., € 49,95