Boekbespreking.

01-2015_boek_International_Law_and_the_Construction_of_the_Liberal_PeaceBuchan stelt zich in dit boek het ambitieuze doel een theoretisch kader te ontwikkelen waarmee recente veranderingen in politieke en juridische structuren op wereldniveau zijn te verklaren. Dit kader is gebaseerd op de uitgangspunten van het liberalisme, een stroming binnen de Internationale betrekkingen. Waar het realisme uitgaat van anarchie, een wereld waarin staten en hun nationale belangen, soevereiniteit en militaire macht centraal staan, stelt het liberalisme dat intensieve samenwerking tussen democratische staten zal leiden tot vreedzame oplossing van conflicten. Bovendien beogen liberale staten hun waarden en normen over te brengen op niet-liberale staten. Immers, hierdoor breidt de zone van liberale vrede zich uit, met als uiteindelijke doel een Kantiaanse eeuwige vrede.

Het liberalisme wordt daarom voornamelijk gezien als een normatieve theorie. Echter, volgens Buchan is het liberalisme in potentie wel degelijk een verklarende theorie en zijn kader draagt bij aan de ontwikkeling daarvan. De belangrijkste pijlers van het kader worden gevormd door twee concepten, namelijk de ‘internationale maatschappij’ en de ‘internationale gemeenschap’. De internationale maatschappij is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog en bestaat uit de vereniging van alle landen, die elkaar als soevereine gelijken zien. Daarbinnen is na de Koude Oorlog de internationale gemeenschap ontstaan, die enkel bestaat uit liberale staten. Buchan stelt dat deze groep landen alleen elkaar als legitiem en gelijk beschouwt en daarom niet-liberale staten hun soevereine rechten ontzegt. Niet-liberale staten worden namelijk gezien als een bedreiging van de wereldvrede. Zij staan in een vijandige en agressieve relatie tot hun bevolking en onthouden hun onderdanen de vruchten van de liberale democratie. Daarom heeft de internationale gemeenschap de afgelopen jaren veelvuldig ingegrepen in de binnenlandse aangelegenheden van niet-liberale staten om zo democratische hervormingen door te voeren. Uiteindelijk zal daardoor het onderscheid tussen de internationale gemeenschap en de internationale maatschappij verdwijnen.

De internationale gemeenschap heeft bovendien een steeds grotere invloed op de ontwikkeling van het internationaal recht. Zij past de normen ontwikkeld door de internationale maatschappij aan om zo mensenrechten, democratie en de rechtsstaat te beschermen. Dit ten koste van normen als non-interventie, soevereine gelijkheid en het verbod op het gebruik van geweld. Buchan noemt als voorbeeld de Responsibility to Protect-doctrine. Soevereiniteit wordt niet langer beschouwd als een absolute norm, maar als een verantwoordelijkheid en verplichting voor staten hun bevolking te beschermen. Of wat te denken van het ingrijpen van de internationale gemeenschap in Kosovo zonder VN-mandaat? Maar ook binnen de Veiligheidsraad lukt het de internationale gemeenschap steeds vaker om haar politieke agenda te verwezenlijken, de auteur wijst op de recente resolutie die ingrijpen in Libië mogelijk maakte. In het tweede deel van het boek staat een zeer grondige analyse van vredesmissies centraal. Buchan beschrijft de tendens van ‘peacekeeping’, naar ‘peacebuilding’. Peacekeeping-missies in Congo en Cyprus hadden als doel de waarden van de internationale maatschappij te beschermen: soevereine gelijkheid en non-interventie. Daarna volgden de meer ambitieuzepeacebuilding-missies, die beoogden staat en maatschappij na conflict te reconstrueren op basis van liberale democratische waarden en beginselen.

Buchans kader biedt interessante perspectieven, maar onduidelijk blijft welke landen tot de liberale staten horen en welke niet. Bovendien is het spijtig dat de auteur niet kon ingaan op het huidige conflict in Syrië. Hoe valt te verklaren dat de internationale gemeenschap daar niet ingrijpt? De vraag blijft daarom of de echte realist overtuigd zal zijn. (LvL)

R. Buchan
International Law and the Construction of the Liberal Peace
Oxford: Hart Publishing 2013, 247 p., € 69,95