Boekbespreking.

01-2015_boek_De_leveringsplicht_bij_de_overdracht_van_roerende_lichamelijke_goederenDel Corral heeft een proefschrift geschreven dat niet onopgemerkt mag blijven in Ars Aequi. In het boek komen kernvragen van het goederenrecht aan de orde, zoals de vraag in hoeverre eigendomsoverdracht solo contractu geschiedt of dat bezitsverschaffing vereist is. Het Belgische recht kent een consensueel stelsel van overdracht, maar Del Corral vraagt zich, naar aanleiding van de problemen die een dubbele verkoop met zich brengt, in de inleiding af ‘of de overdracht van een zakelijk recht op een roerend lichamelijk goed überhaupt wel wordt bewerkstelligd door een louter verbintenisrechtelijke overeenkomst, zoals traditioneel wordt aangenomen’. Ze komt dan tot haar hoofdvraag: in welke mate is de nakoming van de leveringsplicht naar Belgisch recht noodzakelijk om aan de overdracht zakelijke werking te geven? Enigszins gesimplificeerd in Nederlandse termen vertaald: in hoeverre is de levering een constitutief vereiste voor overdracht, ondanks het feit dat het Belgische recht als uitgangspunt neemt dat de eigendom par l’effet des obligations overgaat (zie art. 711 Belgisch Burgerlijk Wetboek).

Het is een ambitieuze vraagstelling waardoor het een lijvig boek is geworden. Het onderzoek raakt onder meer aan vragen rond publiciteit, het bestaan van de goederenrechtelijke overeenkomst, beschikkingsbevoegdheid, derdenbescherming, eigendomsvoorbehoud, enz. De auteur betrekt in haar onderzoek bovendien de rechtsgeschiedenis en de rechtsvergelijking, waarbij aandacht is voor het Duitse, Nederlandse, Franse en Engelse recht. Het is ondoenlijk het hele boek hier aandacht te geven. De belangrijkste stelling wordt binnen de beperkte ruimte in deze rubriek uitgelicht. In het eerste deel concludeert de auteur aan de hand van de rechtshistorie en rechtsvergelijkend onderzoek dat de monistische opvatting, waarin eigendom solo contractu overgaat, niet overtuigt en eigenlijk berust op een verkeerde uitleg van de totstandkomingsgeschiedenis van de Code civil (i.h.b. t.a.v. 1138 Cc). Volgens Del Corral vloeit uit dat artikel voort dat er wel degelijk een leveringshandeling vereist is, zij het dat deze leveringshandeling bestaat uit de enkele wil van partijen (p. 71). Vervolgens gaat Del Corral verder met de bespreking van het huidige recht, ten aanzien waarvan ze tot de conclusie komt dat het huidige recht de monistische opvatting niet toelaat. Die stelling wordt geadstrueerd aan de hand van drie gevallen: het eigendomsvoorbehoud, de overdracht van soortgoederen, de alternatieve koop en de overdracht van toekomstige goederen. Het zijn alle drie gevallen waarin de eigendom niet solo contractu overgaat en Del Corral komt dan ook tot de conclusie dat het Belgische recht een afzonderlijke leveringshandeling vereist, die weliswaar in beginsel gelijktijdig met de verbintenisrechtelijke overeenkomst tot stand komt. Deze leveringshandeling is in de visie van Del Corral de wilsovereenstemming tussen partijen gericht op overdracht: de goederenrechtelijke overeenkomst! Voor een nadere uitwerking hiervan en overige onderwerpen (zoals de rol van bezit als publiciteitsvereiste) wordt het boek van harte aanbevolen. (EV)

J. del Corral
De leveringsplicht bij de overdracht van roerende lichamelijke goederen
Diss. Leuven, Antwerpen/Cambridge: Intersentia 2013, 648 p., € 145