Brochure_IVRKJeugdrechters kunnen het nog steeds niet goed uitleggen aan hun jeugdige clientèle: waarom, veel relatief eenvoudige, zaken vaak pas na 24 maanden of langer worden afgedaan. Bij een vonnis na zo een lange tijd na de pleegdatum ontbreekt vaak elk pedagogisch effect, hetgeen bij jeugdzaken voorop staat. Al tijdens een studiedag in 2012 van de (toen nog) sector Strafrecht van de rechtbank Amsterdam spraken de jeugdrechters de toenmalige president van de Hoge Raad, Corstens, tijdens een toespraak aan over de door de Hoge Raad gehanteerde redelijke termijn van zestien maanden in jeugdzaken en het verbod op niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Corstens gaf in een korte reactie te kennen dat de jeugdrechters wellicht een punt hebben en nodigde hen uit een poging te wagen de Hoge Raad op andere gedachten te brengen. Lees het Ivoren Toga blog van Ronny van de Water.