De universitaire rechtenopleiding heeft twee gezichten. Ze is enerzijds een academische opleiding met wetenschappelijke pretentie, anderzijds de exclusieve toegangspoort tot grote delen van de rechtspraktijk. Via het civiel effect heeft die praktijk een sterke invloed op de inhoud van het curriculum. Mede hierdoor is de nadruk in een groot deel van de juridische bachelors – maar ook in veel masters – sterk komen te liggen op kennis van het positieve recht. De academische vorming lijkt slechts een plaats op de tweede rang te zijn toebedeeld.

De overgrote meerderheid van de vakken in de doorsnee universitaire rechtenopleiding is een inleiding in de huidige stand van zaken van een bepaald rechtsgebied, gevolgd door een tentamen waarin de student op dit afgebakende terrein casusposities moet oplossen. Naar onze mening slaat een rechtenopleiding die zich te eenzijdig richt op het overbrengen van dergelijke positiefrechtelijke kennis de plank mis. De student krijgt op deze manier weliswaar een breed overzicht van het geldende recht, maar die kennis is naar haar aard vluchtig en noodzakelijkerwijs onvolledig. Het is daarom onvermijdelijk dat de jurist, of hij nu in de praktijk of in de wetenschap werkzaam is, zijn eigen kennis voortdurend moet bijspijkeren. Dat is iets waarop de vertrouwde onderwijsopzet te beperkt voorbereidt.

Aan het eind van de rit moet de afgestudeerde student naar ons idee niet zozeer wegwijs zijn in het recht, als wel in staat zijn om zichzelf wegwijs te maken in het recht. Bovendien moet hij in staat zijn om op een abstracter niveau op de materie te kunnen reflecteren, wil de rechtenopleiding haar academische pretentie waarmaken. Die bekwaamheden zijn van grotere waarde dan een brede kennis van het geldende recht, ongeacht of een student na zijn studie de praktijk of wetenschap in gaat. In onze ogen moet de universitaire rechtenopleiding ondanks haar twee gezichten dus niet (louter) tot jurist, maar tot rechtswetenschapper opleiden.

Dat de preadviezen van het NJV aankomende zomer aan de toekomst van de juridische opleiding worden gewijd, illustreert dat de discussie over de vorming van de aanstormend rechtsbeoefenaar immer actueel blijft. Ook rechtenfaculteiten broeden op vernieuwing en de laatste jaren wordt binnen verschillende opleidingen inderdaad meer ruimte geschapen voor academische vorming. Dat is lovenswaardig, maar volgens ons niet voldoende: een omvattende herziening van het curriculum is noodzakelijk.

Onzes inziens blijft een degelijke positiefrechtelijke basis daarbij de onontbeerlijke eerste stap; niet zozeer omwille van die kennis als zodanig, maar om de student van het juridische referentiekader te voorzien dat hij minimaal nodig heeft om zijn kennis zelfstandig verder uit te bouwen en om op zinvolle manier op de materie te kunnen reflecteren. Het begin van de studie – bijvoorbeeld het propedeusejaar – moet daarom in het teken staan van een intensieve positiefrechtelijke inleiding. In de daaropvolgende studiejaren dienen de ‘kennisvakken’ geleidelijk steeds meer plaats te maken voor onderwijsvormen die aan de academische vorming dienstig zijn: reflectie in plaats van reproductie. De student moet, met name door onderzoeks- en essayopdrachten, in zowel onderwijs als tentaminering een eigen kritische en genuanceerde houding tegenover het recht kunnen ontwikkelen en moet onderwijl zelfstandig zijn positiefrechtelijke kennis uitbreiden. Meer aandacht voor zaken als de tekortkomingen in en onbeantwoorde vragen van het geldende recht, het wetenschappelijke discours en de maatschappelijke betekenis van rechtsnormen is daarbij het devies. In de masterfase zou het klassieke casustentamen uitzondering in plaats van regel moeten zijn.

Bij de haalbaarheid van dit ideaal kan men uiteraard een aantal (financiële) vraagtekens zetten, maar één ding staat in onze ogen buiten kijf: een geslaagde rechtenopleiding zorgt ervoor dat de student zich niet slechts het geldende recht meester maakt, maar stelt hem in staat om zichzelf meester in de rechten te maken.

1217_omslagproduct

 

Dit redactioneel van Pim Wissink & Belle Vulto is verschenen in Ars Aequi december 2017.