In de categorie Belangwekkende sauna-discriminatiezaken, bespraken wij van de Juridische Argumentatiekliniek onlangs een mooi voorbeeld van het open texture karakter van het recht – het vermogen van het recht om zich aan te passen aan een veranderende wereld. Een transgender werd geweigerd in de dameskleedkamer en de sauna van een sportschool. De dames in de sportschool hadden geklaagd. Volgens het College voor de rechten van de mens is hier sprake van discriminatie.1 Het oordeel van het College levert bijzonder Nederlands op. Kijk maar: ‘In augustus 2013 is haar handdoek tijdens het omkleden in de dameskleedkamer gevallen en heeft een bezoekster haar mannelijk geslachtsdeel gezien.’

De interpretatievraag in deze zaak was: wanneer is een mens een dame? Gaan wij uit van de strikte betekenis van het begrip ‘dame’, dan doet zich in deze zaak een probleem voor: de betrokkene voldeed (nog) niet aan alle noodzakelijke en voldoende voorwaarden die gelden voor dit begrip. Maar die strikte betekenis is hier natuurlijk een beetje onbevredigend. En omdat de (juridische) begripsvorming op dit punt nog niet is aangepast aan de wereld, besloot het College het begrip dame ruim te interpreteren. Ook iemand die op weg is een dame te worden, wordt – voor het doel van de dameskleedkamerregel – beschouwd als een dame. Juristen zijn praktische mensen.

De keuze tussen een strikte en een ruimere interpretatie van een begrip is voor de jurist dagelijks werk. Bij de strikte interpretatie staan het respect voor de regelgever en de rechtszekerheid centraal. Bij de ruimere interpretatie de redelijkheid in het concrete geval. Soms prevaleert de zekerheid, soms de redelijkheid.

Zoals bij alle interpretatiemethoden, is de toepassing van de strikte of de ruime betekenis vaak omstreden. Bij interpretatiedebatten kunnen de discussianten elkaar beschuldigen van drogredelijk gebruik van de strikte of de ruime interpretatie. Het plakken van etiketten neemt dan soms de plaats in van een inhoudelijke discussie. De verdediger van een strikte interpretatie wordt een letterknecht of een formalist genoemd, of zelfs een positivist. De verdediger van een ruime interpretatie krijgt te horen dat hij geen respect heeft voor de regelgever en dat anything goes de fundamenten van ons rechtssysteem ondermijnt.

Aan deze beschuldigingen liggen twee veronderstelde extreme betekenisopvattingen ten grondslag. De ene extreme opvatting gaat er van uit dat begrippen vaste, ware, essentiële betekenissen hebben, die men kan achterhalen door bijvoorbeeld naar de etymologie van het begrip te kijken en die soms ook nog een boodschap van het opperwezen bevatten. ‘Universiteit komt van universitas’, zei de geleerde, ‘wat ‘vereniging van docenten en studenten betekent. Daarom is een democratische bestuursstructuur van de universiteit logisch.’ Boeiende redenering. ‘Het huwelijk is in essentie een sacrale verbintenis tussen man en vrouw’, zei de jurist. ‘Daarom kan het homohuwelijk niet bestaan. Het is juridische begripsvervuiling.’ Ook mooi.

De andere extreme betekenisopvatting wordt goed samengevat door de relativistische visie van Humpty Dumpty in Alice in Wonderland:

“When I use a word,” Humpty Dumpty said, in rather a scornful tone, “it means just what I choose it to mean—neither more nor less.” “The question is,” said Alice, “whether you can make words mean so many different things.” “The question is,” said Humpty Dumpty, “which is to be master—that’s all.”

Dit citaat heeft in de Angelsaksische jurisprudentie een heuse carrière beleefd, beginnend in 1942 in de dissenting opinion van Lord Atkin in zaak Liverside v. Anderson. Kort gezegd, wordt het citaat ingezet om een te ruime interpretatie van een rechtsnorm te bekritiseren. Dat levert soms mooi proza op, zoals in de opinion van Atkin, die zich verzette tegen een te ruime interpretatie door the House of Lords. Met een schijnbare ad verecudiam drogreden besluit hij zijn kritiek als volgt:I know of only one authority which might justify the suggested method of construction. “When I use a word,” Humpty Dumpty said…’ (enzovoorts).

Worden beide extreme betekenisopvattingen daadwerkelijk aangehangen door verstandige juristen? Wij denken het niet. Het toeschrijven van die opvattingen heeft vaak de functie van de stroman die men vervolgens fijn kan aanvallen. Verstandige juristen weten dat betekenis niet met de natuur is gegeven en dat taalgebruiksnormen conventionele normen zijn die gedrag coördineren. Daarom is het juiste gebruik van de ‘taalkundige interpretatie’ een verwijzing naar het ‘gewone taalgebruik’ (tenzij er sprake is van een technische betekenis). Op zijn Haviltex gezegd: ook bij juridische communicatie gaat het om wat men redelijkerwijs van elkaar kan verwachten.

vragen en reacties: juridischeargumentatiekliniek@gmail.com

1 Oordeel College voor de rechten van de mens, Discriminatie door sportschool Trainmore ’s-Hertogenbosch B.V., door een vrouw die transgender is niet meer toe te laten tot de dameskleedkamer en sauna. Oordeelnummer 2014-64.