Vroeger (opa vertelt…) had ik u voor gek verklaard als u een telefoontoestel (wij hadden er één met een draaischijf) bij u zou hebben in de trein en daar de hele tijd naar zou zitten kijken. Nu zou ik dat wel snappen. Misschien zit u wel een hoorcollege terug te kijken. Mooi natuurlijk dat dat allemaal kan, maar de vraag is wel: waarom zou je dan überhaupt nog naar college gaan? Waarom zou je reistijd verspillen, stressen om op tijd te komen, en snertweer trotseren, als je het college ook online kunt kijken waar en wanneer je wilt?

Voordat je je dit als student kunt afvragen, moet eerst jouw faculteit hebben besloten om colleges op te nemen en de opnames beschikbaar te stellen. Bij mijn weten worden hoorcolleges op zo’n beetje elke faculteit opgenomen en worden de opnames in ieder geval beschikbaar gesteld aan deeltijdstudenten en aan bijvoorbeeld studenten die wegens ziekte of verblijf in het buitenland niet naar college kunnen komen. Wat verschilt is of de opnames ook online komen voor gewone studenten, en of dat meteen gebeurt of pas kort voor het tentamen. Wat ook verschilt, is of de faculteit dit op bestuurlijk niveau bepaalt, of het per vak overlaat aan de eindverantwoordelijke docent.

Waarom zouden we niet gewoon alles meteen voor iedereen beschikbaar stellen? Wel: het probleem is dat het gevoel van urgentie om naar college te gaan, dan enorm afneemt. Je kunt ook wel een keer overslaan, en als het een keer niet uitkomt of je hebt geen zin, is dat niet erg, want je kunt het toch terugkijken. Tot zover niet echt een probleem zou je zeggen. Sterker nog: het klinkt wel aantrekkelijk. Feit is echter wel dat je op deze manier de colleges niet ‘live’ meemaakt, in twee opzichten: je volgt de colleges pas op een later tijdstip, en niet in de zaal maar vanaf een scherm.

Het pas op een later tijdstip volgen heeft een paar nadelen. Je zult de colleges vaak niet meer in de juiste volgorde ten opzichte van elkaar bekijken. En ook zul je vaak het hoorcollege van die week nog niet hebben gezien terwijl je al wel naar de werkgroep over dat onderwerp gaat (die zijn op de meeste faculteiten verplicht en worden meestal voor de gewone studenten niet opgenomen). Tot slot sluipt het er snel in dat je gemiste colleges opspaart en die vlak voor het tentamen gaat ‘bingewatchen’. De nadelen hiervan zijn denk ik wel duidelijk: je leert de stof minder in onderling verband en de stof kan zo niet goed beklijven.

Het niet in de zaal maar op een scherm volgen van colleges heeft als belangrijkste nadeel dat je geen medestudenten ontmoet. Het sociale aspect van samen in de collegebanken zitten moet niet worden onderschat. Ook mis je de ‘vibe’ en de interactie van een echt college. Als je naar een concert gaat maakt dat ook meer indruk dan als je het op YouTube kijkt. En dan schijnt kijken naar een scherm ook nog slechter voor je ogen te zijn dan kijken naar een mens.

Begrijp me goed: ik pleit hier niet voor eigen parochie. Als wij met z’n allen zouden vinden dat je een college in plaats van ‘live’ net zo goed op een scherm kunt volgen, zet ik als hoorcollegedocent gewoon alle hoorcolleges online en geef ik elk jaar alleen nog een actualiteitenwebinar. Dat scheelt mij een hoop werk. Ik schrijf dit stukje omdat ik ervan overtuigd ben dat het alleen ‘live’ kunnen volgen van colleges een stuk informatiever en gezelliger is en minder keuzestress oplevert. Ik vind echter vooral dat faculteiten hier op bestuurlijk niveau een goede afweging in moeten maken en hier voor alle vakken één lijn in moeten trekken.

Deze column is verschenen in het Ars Aequi maartnummer 2018.