Milo eaBoekbespreking. Dit boek is het tiende in een reeks van procesgidsen die de procesgang van civiele zaken in de gewestelijke hoven van justitie in de periode voor 1811 behandelen. In die periode was er nog geen sprake van een gecentraliseerde staat, en verschilden de wetten en procedures van gewest tot gewest. Deze procesgids betreft het historische Hof van Utrecht, dat thans via een aantal rechterlijke reorganisaties opgegaan is in de rechtbank Midden-Nederland. De reeks richt zich met name op gebruikers van de archieven van deze hoven, maar is toegankelijk geschreven en is interessant voor iedereen die in rechtsgeschiedenis geïnteresseerd is.
De auteurs beginnen met een brede inleiding, waarin onder andere het Utrechtse privaatrecht besproken wordt. De kern van het boek bevat hoofdstukken over de betrokken functionarissen (raadsheren en advocaten), de bevoegdheid van het Hof, de strafrechtelijke en de civiele procedure in eerste aanleg en in appel. Het boek bevat ter illustratie de omschrijving van twee aansprekende zaken, in de vroege respectievelijk de latere achttiende eeuw: de eerste is een zaak in eerste aanleg en betreft een seksuele verhouding tussen een dienstmeisje en haar werkgever, de tweede, een appelprocedure, betreft een zakelijk geschil tussen twee kooplieden.
Veel van de oude Utrechtse procedure is herkenbaar voor de hedendaagse jurist, net als de onderliggende beginselen als openbaarheid, toegankelijkheid, onafhankelijkheid, onpartijdigheid en hoor en wederhoor. Interessant is ook de observatie van de auteurs dat een aantal discussies van nu ook toen zijn gevoerd, zoals over het grote aantal procedures, de lange doorlooptijd en de inzichtelijkheid van de procedure. Al met al is het een lezenswaardig boekje, dat met name de liefhebber met plezier zal lezen. (JvM)

J.M. Milo & E.G.D. van Dongen
Procesgids Hof van Utrecht
Hilversum: Verloren 2018, 100 p., € 12