DysonBoekbespreking. Dit (Engelstalige) boek is het resultaat van een diepgravend internationaal project. Het boek poogt bij te dragen aan een overkoepelende conceptie van risico in de rechtstheorie en meer in het bijzonder van het verband tussen aansprakelijkheid en risico. Het hoofddoel is, aldus Dyson, om te laten zien wat het voor rechtssystemen oplevert om ‘risk-reasoning’ toe te passen. Dit begrip wordt in het boek niet nader uitgewerkt, maar het gaat om redeneringen in het aansprakelijkheidsrecht met het begrip risico als basis, zoals bijvoorbeeld bij gevaarzetting het geval is. Het onderzoek betreft een rechtsvergelijking van negen landen, waaronder Nederland.
Het eerste deel beschrijft voor elk van de geselecteerde landen hoe het rechtssysteem met risico omgaat. Het gaat bijvoorbeeld om rechtsregels die uitgaan van risico’s, over het concept risico in het nationale recht en over onderliggende rechtstheorie. De hoofdstukken zijn geschreven door nationale auteurs die hun eigen rechtssysteem bespreken aan de hand van een uniforme door Dyson opgestelde vragenlijst. In het tweede deel concretiseren de nationale auteurs de toepassing van het concept risico voor specifieke gevallen. Het onderwerp, dat door de nationale auteurs gekozen is, moet uitdrukking geven aan een ‘specialisatie’ van het nationale rechtssysteem. Ter illustratie: het Nederlandse hoofdstuk beschrijft gezondheids- en milieurisico’s. Deze delen worden ingebed in een analyse van Dyson. Hij gaat de beide delen vooraf met een uitgebreide methodologische verantwoording van zijn onderzoek en sluit af met een vergelijkend hoofdstuk. Hierin geeft Dyson een overkoepelende omschrijving van het concept ‘risico’ en van het materiële recht.
Dyson concludeert onder andere dat ‘risk-reasoning’ twee functies heeft: een normatieve functie, waarbij vastgesteld wordt wanneer risico’s onaanvaardbaar zijn, en een niet-normatieve functie, waarvan sprake is als het concept risico gebruikt wordt om het recht flexibel te houden. Dyson plaatst de geselecteerde landen vervolgens op een lijn van minimaal gebruik van ‘risk-reasoning’, Zuid-Afrika, tot maximaal gebruik, Zweden en Brazilië. In Zuid-Afrika wordt vrijwel geen gebruik gemaakt van risicoaansprakelijkheid en in Zweden en Brazilië juist in grote mate, ook buiten het onrechtmatigedaadrecht. Nederland wordt tussen het midden en het minimumuiterste geplaatst vanwege het gebruik van kwalitatieve aansprakelijkheden.
In de epiloog volgt ten slotte de vraag wat ‘risk-reasoning’ zegt over het privaatrecht. Hier wordt onder andere betoogd dat het onderscheid tussen schuld- en risicoaansprakelijkheid niet zo scherp te maken is als vaak wordt gedacht.
Het boek biedt interessante inzichten over risico’s en risicobeheersing in het privaatrecht. Het biedt een overzicht van het geldend recht en lopende ontwikkelingen in uiteenlopende rechtssystemen, en Dyson komt aan de hand van zijn vergelijking met interessante inzichten. Het boek richt zich duidelijk op de academische gemeenschap, en zal dan ook vooral op dat vlak meerwaarde bieden. (JvM)

M. Dyson (red.)
Regulating Risk through Private Law
Cambridge, Intersentia 2018, 351 p., € 95,00.