AltBoekbespreking. Ook anno 2017 verlengt de werkgever het tijdelijk contract van een werknemer vaak niet vanwege zwangerschap. Vanzelfsprekend is deze praktijk naar de letter van de wet verboden, maar toch gebeurt het. Hoe moet de werknemer immers bewijzen dat haar zwangerschap de reden voor beëindiging van het dienstverband is?

Gelukkig biedt de wetgever een helpende hand. Als iemand meent dat een verboden onderscheid is gemaakt en diegene ‘feiten aanvoert die dat onderscheid kunnen doen vermoeden’, dan moet ‘de wederpartij bewijzen’ dat dat onderscheid niet is gemaakt. Het ingewikkeld geformuleerde artikel 7:646 lid 12 BW, ingevoerd ter implementatie van een Europese richtlijn, beoogt zo de bewijspositie van onder meer een gediscrimineerde zwangere werknemer te verbeteren. Maar het is de vraag hoe dit praktisch uitpakt. Is nu sprake van een volledige ‘verschuiving van de bewijslast’? Of gaat het slechts om een bewijsvermoeden dat door tegenbewijs kan worden ontzenuwd?

De onduidelijkheid hierover – een van de vele onderwerpen besproken in dit boek van Jan Wouter Alt – laat zien dat de verwezenlijking van het arbeidsrecht niet kan zonder een goed procesrecht. De processuele kant van het verander(en)de arbeidsrecht verdient dan ook een actuele, omvattende monografie. Dit boek, een geactualiseerde versie van het in 2009 verschenen proefschrift van de auteur, voorziet in die behoefte. (KvV)

H.J.W. Alt
Stelplicht en bewijslast in het nieuwe arbeidsrecht
Monografieën Sociaal Recht, deel 71, Deventer: Wolters Kluwer 2017, XXI + 453 p., € 55