Boek_GossBoekbespreking. De rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens inzake artikel 6 EVRM – het recht op een eerlijk proces – beslaat het grootste deel van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Hof wordt vaak geprezen om deze indrukwekkende hoeveelheid jurisprudentie en zijn bijdrage aan de ontwikkeling van dit artikel. In dit boek beoogt Goss te onderzoeken in hoeverre deze omvangrijke jurisprudentie van het Hof een helder, consistent en begrijpelijk beeld geeft van de toepassing van artikel 6 EVRM in strafzaken. En in hoeverre deze jurisprudentie een indicatie geeft van wat rechtssubjecten kunnen verstaan onder hun recht op een eerlijk proces (p. 3). Op basis van een analyse van vijftienhonderd EHRM-zaken betreffende de uitleg van het recht op een eerlijk proces in strafzaken, komt Goss met een ronduit kritische conclusie. De kern van het betoog van Goss bevindt zich in deel E (p. 115-205) van het boek. In dit deel bespreekt de auteur de wijze waarop het EHRM omgaat met inbreuken op het recht op een eerlijk proces. Om dit inzichtelijk te maken bespreekt de auteur de verschillende analytical tools die het Hof toepast in artikel 6 EVRM-zaken: ‘the proceedings as a whole test’, ‘counterbalancing and defect curing’, ‘never fair jurisprudence’, ‘sole and decisive evidence’, en de mate waarin het publieke belang restricties op artikel 6 kan rechtvaardigen (p. 124). Hoewel de auteur toegeeft dat het hier gaat om andersoortige toetsingsmaatstaven, zijn deze er allemaal op gericht om schendingen van artikel 6 te adresseren. Goss concludeert op basis van een analyse van de jurisprudentie van het Hof dat een deel van de verwarring omtrent de werking van artikel 6 EVRM is ontstaan doordat het Hof onvoldoende uitlegt hoe deze verschillende toetsingsmaatstaven zich onderling tot elkaar verhouden. Tot slot concludeert de auteur ook dat het Hof weinig bijdraagt aan de theorievorming rondom het recht op een eerlijk proces in strafzaken, en dat zijn rechtspraak inzake dit artikel onsamenhangend en slecht gemotiveerd is (p. 206-207). Al met al is dit lezenwaardig boek waarin de auteur zich zeer kritisch uitlaat over de wijze waarmee het EHRM omgaat met de invulling van artikel 6 EVRM in strafzaken. Deze kritische blik is met name ook relevant voor het Nederlandse strafrecht, gezien het steeds grotere belang dat de invulling van de inhoud van het recht op een eerlijk proces door het EHRM heeft voor de jurisprudentie van de Hoge Raad. (MS)

R. Goss
Criminal fair trial rights. Article 6 of the European Convention on Human Rights
Oxford: Hart Publishing 2014, 224 p., £ 60,00